Walter Reid, Neville Chamberlain: The Passionate Radical (Birlinn 2021)
‘Arme Neville, de geschiedenis zal niet positief over hem oordelen, zeker niet omdat ik die zal schrijven’, aldus Winston Churchill. Na de schokgolf die de vijandige toespraak de die vicepresident J.D. Vance op de veiligheidsconferentie in München van 2025 door Europa liet gaan, kwam de herinnering aan die beruchte conferentie in München in 1938 bij velen weer boven. Na afloop daarvan stapte Chamberlain met zijn karakteristieke paraplu uit een vliegtuig met een papier in zijn hand, waarop zijn handtekening en die van Hitler stonden. Kort daarna liet hij zich in een toespraak op een balkon onder luid gejuich verleiden om te roepen dat dit ‘peace in our time’ was. Daarvoor moest de bezetting van het Sudetenland door de Duitsers maar geslikt worden. Al snel bleek het verraad van München voor niets te zijn geweest; Hitler annexeerde vrolijk de rest van Tsjechoslowakije. Pas na de aanval op Polen verklaarde Groot-Brittannië hem de oorlog. Met Chamberlain en zijn politiek van appeasement was het daarna snel gedaan.
Dat is het simplistische beeld, van een naïeve man die zich door Hitler zand in de ogen laat strooien en die daarna terecht is vervangen door de realist Churchill. Bij nader toezien is het beeld ingewikkelder en genuanceerder. Juist in deze tijd waarin we opnieuw geconfronteerd worden met een onzekere machtsdynamiek en onberekenbare autocraten zoals Trump en Poetin, kunnen we ons voordeel doen door goed te kijken naar hoe Chamberlain opereerde, met name vanuit hoe revisionistische biografen kijken naar zijn politiek. Ook nu is er sprake van diverse vormen van appeasement.
Als Chamberlain in 1938 onder de bus was gekomen, aldus biograaf Walter Reid, zou het oordeel zijn geweest dat hij een van de grootste politici was geweest van het Britse interbellum. Als minister van Volksgezondheid en Financiën legde hij de basis voor de moderne verzorgingsstaat, door regelingen in te voeren op het gebied van pensioenen, volkshuisvesting, en zorgverzekeringen, die na de Tweede Wereldoorlog door de regering Attlee zouden worden uitgewerkt. Hij was dan ook geen traditionele conservatief, maar afkomstig uit een liberaal milieu, waarvan de restanten uiteindelijk opgingen in de conservatieve partij. Chamberlain stond, net als zijn vader, voor een curieuze mix van imperialistische standpunten en progressieve sociale politiek. In de jaren 30 domineerde hij binnen verschillende kabinetten en binnen de Tories.
Toen hij echter met de internationale politiek te maken kreeg, kwamen zijn zwakke kanten naar voren. Reid beschrijft dat hij zichzelf als een meesteronderhandelaar zag- een beetje zoals tegenwoordig sommige staatshoofden zich ook op de borst kloppen als meesters van de deal. De kern van Chamberlains probleem was volgens hem dat deze dacht te maken te hebben met een rationele onderhandelingspartner à la de vakbonden, maar moest dealen met een potentaat die van onvoorspelbaarheid een strategie maakte: Adolf Hitler. De ijdele Chamberlain bleef zich te lang voorspiegelen dat de Führer zich zou kunnen houden aan zijn woord. Hij wilde zichzelf wijsmaken dat appeasement werkte, ook al omdat deze politiek ongekend populair was in Groot-Brittannië. Hij en zijn landgenoten hadden een immens trauma van de Eerste Wereldoorlog. Vrijwel ten koste van alles moest worden voorkomen dat Engeland wederom in een continentale oorlog zou worden meegesleurd, al zeker niet vanwege ‘some faraway country of which we know little’.
We zien de populariteit van het appeasementdenken ook nu overal om ons heen. Van Chamberlains van het type Rutte die misschien te lang in een wensdenken blijven hangen dat de Amerikanen nog steeds aan boord te houden zijn, tot de decadente appeasers zoals René van der Gijp, die vooral niet lastig gevallen willen worden met de gedachte dat er misschien oorlog komt. Daarnaast bevinden zich net als in de jaren 30 aan de extreme linker- en rechterflank de gebruikelijke appeasers: ter rechterzijde columnisten en andere opiniemakers die eigenlijk ideologisch sympathiseren met Trump en Poetin en daarom tegen het opbouwen van een sterke Europese krijgsmacht zijn; ter linkerzijde degenen die proberen te doen geloven dat het met Poetin allemaal wel meevalt en deze hooguit agressief wordt doordat wij ons gaan herbewapenen.
Chamberlain was niet de naïeve sukkel die de gemakzuchtige opinie daarna ervan gemaakt heeft. Het is nogal simpel om achteraf te stellen dat hij natuurlijk had moeten inzien dat Hitler een groots en apocalyptisch plan had: historici zijn het er ook niet over eens hoe uitgewerkt dat plan eigenlijk was. Hitler was sowieso een gokker die keek hoe ver hij kon gaan. Chamberlain hield terdege rekening met de mogelijkheid dat de Duitsers hem zouden bedonderen en was al vanaf midden jaren dertig bezig met het opbouwen van de Britse defensie. Revisionisten zoals Reid wijzen erop dat Chamberlain calculeerde dat Groot-Brittannië op het moment van München nog helemaal niet klaar was voor een oorlog met de Duitsers. Direct na aankomst uit München gingen de wapenfabrieken in een nog hogere versnelling draaien. Dat de RAF bij de Battle of Britain de Duitse aanval kon weerstaan, had alles te maken met de tijd die Chamberlain in München had gekocht. Ook Churchill zag hem niet als een dwaas, maar nam hem in zijn oorlogskabinet op. Al snel overleed hij echter, op zeventigjarige leeftijd, aan kanker.
Bij de onderhandelingen die op dit moment gaande zijn lijken er ook weer verschillende Chamberlains actief. Oekraïne is voor sommigen van hen net zo ver weg als Tsjechoslowakije indertijd voor de Britten. Het zou heel goed de kant op kunnen gaan van het uitleveren van de Donbas, in de hoop Poetin daarmee te pacificeren. Intussen is Europa overgegaan op een herbewapeningsbeleid, vergelijkbaar met het beleid dat Chamberlain halverwege de jaren dertig al had ingezet. Politici doen er nu goed aan om in die zin hetzelfde realisme te hanteren: wanneer je dealt met een onberekenbare partner, of die nu in het Kremlin of in het Witte Huis zit, moet je je voorbereiden op het ergste, ook als je dat als een persoonlijke nederlaag ziet.